|
Algemene uitleg persoonlijke competitie |
Aantal te spelen westrijden
De 24 deelnemersworden verdeeld in 3 poules van 8 spelers.
Eenieder binnen de poule speelt in de 1e kompetitie
helft 7 wedstrijden (oktober t/m december), en
in de 2e kompetitie helft (januari t/m maart) 7 wedstrijden.
Per poule worden 6 wedstrijdmiddagen (3 in 1e
helft, 3 in de 2e helft van het biljartseizoen) gereserveerd.
Eventuele inhaalweken begin januari en begin april. Iedere
deelnemer speelt in de voorrondes 14 wedstrijden,
bij een poule met minder dan 8 deelnemers speelt men meer dan 2
keer tegen een nog aan te wijzen speler, bij meer deelnemers in
een poule, minder dan 2 keer tegen een nog aan te wijzen speler.
Het plaatsingsnummer binnen de poule wordt door loting bepaald.
Pouleindeling
De poule-indeling zal in principe zo worden samengesteld dat elk
team van de regio-competitie in een poule vertegenwoordigd is. (dus
1 van het 1e, 1 van het 2e enz.) Reserves of niet spelende leden
zullen ter completering of als extra aanvulling in een poule worden
ingedeeld. Voor elke poule wordt een “poule leider”
aangewezen, die zorgt voor het doorgeven van de wedstrijdformulieren
naar de organisatoren en is aanspreekpunt voor de deelnemers in zijn
/ haar poule.
Speeldata
De speeldata per poule in de voorrondes, (oktober - maart) op
speelvrije middagen, zullen door de organisatie worden
vastgesteld en de biljarts zullen worden gereserveerd.
De finale wordt in de tweede helft van april 2012 (met 8
finalisten) gehouden, waarbij de resultaten uit de poule
wedstrijden niet worden meegenomen.
Voor de plaatsing in de finale telt het volgende:
- Het behaalde aantal wedstrijdpunten (W=2;G=1;V=0), en even
zwaar het gespeelde gemiddelde ten opzichte van het te spelen
gemiddelde. (in duizenden nauwkeurig)
Spelregels
- De beginnende speler begint met de ongemerkte bal.
- Men maakt eerst een libre-carambole. Dat is één punt.
Hierna een bandstoot- carambole, die telt
voor drie punten en daarna een van rood-carambole die telt voor twee
punten. Dus dan heeft men 1+3+2= 6 punten.
- Hierna gaat de speler gewoon door en begint weer
met een libre-carambole. Dat is één punt. Het totaal is dan 7
punten.
- Maakt men nog een bandstoot-carambole dan heeft men 7
+3= 10 punten.
- Dan weer een van rood, men heeft dan 10 + 2 = 12
punten enz. - De volgorde is altijd libre – bandstoten –
van rood.
- Als men mist moet, de volgende speler altijd met een
libre -carambole beginnen.
- Ligt de stootbal vast dan mag men de carambole van los maken.
Indien men kiest voor opzetten dan wordt altijd de afstoot volgens
het libre-spel weer opgezet en gaat men door met de spelsoort die op
dat moment gemaakt moet worden.
- Bij een vastliggende speelbal moet men indien de speler kiest voor
opnieuw opzetten de ballen ongeacht het spelsoort, alle drie ballen
weer in de begin positie opzetten.
- De arbiter telt normaal 1 – 2 – 3 – 4 enz. voor iedere
gemaakte carambole en geeft dit door aan de schrijver die een
tellijst heeft van de behaalde punten bv. noteren 8 dan staat daarop
8 caramboles = 16 punten en moet in die beurt 16 punten genoteerd
worden.
- De lengte van de partij is de lengte van uw libre gemiddelde.
Hebt u alleen een driebanden of bandstootgemiddelde dan herleiden
wij dat naar een libre gemiddelde.
- Moet de speler nog één carambole en men moet een 3 punter
(bandstoter) maken, dan telt deze voor een punt. Men kan nooit meer
punten halen dan de partijlengte.
- Een gewonnen partij levert voor de winnaar 2 punten op, bij een
gelijkspel elke speler 1 punt en uiteraard de verliezer 0 punten).
Naast de wedstrijdpunten telt het percentage binnengekomen
gemiddelde ten opzichte van het gespeelde gemiddelde voor
plaatsing in de finale. |
|