|
Regionale Biljartcompetitie voor Senioren.
Competitiereglement. 2007
A. Spelers
1. Speelgerechtigd zijn spelers die lid zijn van een aangesloten vereniging en welke op of voor 1 sept. van het
te spelen seizoen de leeftijd hebben bereikt van 55 jaar.
2. Dispensatie wordt verleend aan spelers binnen de regio,
die op of vóór 1 sept. van het te spelen seizoen de
leeftijd hebben bereikt van 50 jaar, mits ze zijn
afgekeurd in de zin van de W.A.O.
B. Inschrijving.
1. Elke aangesloten vereniging heeft recht om meerdere teams
voor de competitie in te schrijven, mits zij voor het
spelen van hun thuiswedstrijden over het benodigde aantal biljarts kan beschikken.
C. Samenstelling van een team.
1. Elk team wordt samengesteld uit 4 personen.
Toegevoegd kunnen worden een aantal reserves
2. Spelers van een team mogen in principe niet opgesteld worden in een
ander team van hun vereniging.
Reserves mogen in alle teams van hun vereniging opgesteld worden,
Waneer er geen clubreservers beschikbaar zijn, mogen teamspelers
in vallen,hun moyennes dienen dan wel te passen bij de moyennes
van de spelers van het andere team.
3. Deelnemer aan de regiocompetitie kan maar voor een vereniging
uitkomen.
D. Toe te kennen wedstrijdpunten.
1. Het Belgische puntentelling systeem wordt toegepast,hiervoor dient men de
beschikbare lijst te raadplegen. Een ander systeem kan niet worden
Toegepast, dit kan niet worden verwerkt door de regioadministratie.
2. De behaalde toegekende partijpunten bepalen de klasseringen van de teams onderling.
Het team met de meeste punten wordt nummer 1, enz.
3. Bij gelijke stand bepaalt het scoringspercentage (deling
te behalen wedstrijdpunten op behaalde wedstrijdpunten) de onderlinge
volgorde.
4. Minimum aantal te maken caramboles voor poule A is 35 voor poule B 31.
In poule C of D geldt geen limiet.
5. Aan het einde van de competitie wordt er gespeeld om het algemene
Kampioenschap. Deelnemers zijn de kampioenen van de drie poules
en de beste tweede van de drie poules.
6. De beste tweede wordt bepaald door de behaalde punten te delen met de
maximaal te behalen punten.
7. Bij een gelijke stand in de poule wordt er een beslissingswedstrijd
gespeeld op neutraal terrein
E. Arbiters en schrijvers.
1. Een speler mag niet in de door hem te spelen partij als
arbiter en/of schrijver optreden.
2. De wedstrijdleiding kan hem wel verzoeken bij andere partijen van de zelfde wedstrijd als arbiter of schrijver
te fungeren.
3. Bij vaststelling van een fout dient de arbiter dit duidelijk
kenbaar te maken.
4. De waarneming van de arbiter is bindend,hetgeen gerespecteerd dient te
worden.
F. Wedstrijdprogramma.
1. Het wedstrijdprogramma wordt minstens veertien dagen voor
aanvang van de competitie aan de deelnemende vereniging toegezonden.
2. De teams kunnen in onderling overleg van het programma afwijken, met dien verstande dat de wedstrijd wel in dezelfde
week wordt gespeeld. Mocht dit niet mogelijk zijn en/ of
problemen opleveren wordt de competitieleider ingeschakeld.
3. Uitgestelde wedstrijden dienen in principe binnen een week ingehaald te worden. Na overleg met de wedstrijdleiding kan hiervan
afgeweken worden.
G. Terugtrekken van een team.
1. Als een team een of meer wedstrijden heeft gespeeld en daarna
uit de competitie wordt teruggetrokken, dan vervallen alle
door en tegen dat team behaalde resultaten.
2. Geschiedt dat terugtrekken nadat de eerste helft van de
competitie is gespeeld en hebben alle andere teams in die
helft tegen het teruggetrokken team gespeeld, dan blijven in die eerste helft behaalde resultaten wel gelden.
H. Spelsoort.
1. Gespeeld wordt de spelsoort Libre klein.
2. Aangaande het te maken caramboles zullen op de biljarts geen lijnen en/of
hoeken, waarbinnen beperkt mag worden
gescoord, worden aangebracht.
I. Vaststellen speelsterkte van een speler.
1. Het algemeen gemiddelde van een speler wordt vastgesteld aan
de hand van 5 of meer gespeelde wedstrijden in de voorgaande
competitie. De moyennes worden echter niet verlaagd ,doch alleen
verhoogd.
2. Heeft een speler nog niet deelgenomen aan de competitie, of in
de voorgaande competitie géén 3 wedstrijden gespeeld, dan dient
de eigen vereniging het gemiddelde vast te stellen aan de hand
van tenminste drie testwedstrijden.
Indien nieuwe spelers lid zijn van een andere organisatie,(KNBB),
dient het moyenne te worden overgenomen.
3. Na het verstrijken van de eerste helft competitie zullen alleen
moyennes worden verhoogd.Toegepast word de intervallijst K.N.B.B.
Aan het eind van de competitie zal van alle spelers het algemeen
gemiddelde worden vastgesteld.
Alle nieuwe spelers worden na 5 wedstrijden gecontroleerd en indien
nodig word het moyenne aangepast.Ook hier geld dat de moyennes
niet worden verlaagd.
J. Vaststelling partijlengte.
1. De partijlengte (aantal te maken caramboles) wordt vastgesteld
aan de hand van bijlage 1.(Deze is bij u bekend)
K. Opstelling van een team.
1. De opstelling van beide teams dient VOOR de aanvang van de
wedstrijd door de betrokken teamleiders aan elkaar bekend te worden
gemaakt.
2. Aan de hand van de partijlengte worden de spelers door hun teamleider
ingedeeld.
2 De speler met de grootste partijlengte krijgt het partijnummer 1,
de speler met de op één na grootste partijlengte krijgt het
partijnummer 2, enz.
3. De partijen van een wedstrijd dienen te worden gespeeld door
spelers aan wie hetzelfde partijnummer is toegekend
4. De volgorde waarin de partijen van een wedstrijd zullen worden
gespeeld, wordt door de teamleider van het thuis spelende team
vastgesteld.
5. In bijzondere gevallen mag een speler een dubbele partij spelen.
Dit is in principe de speler die als laatste is opgesteld.
De speler speelt deze partij tegen de speler van het andere team
die eveneens als laatste is opgesteld.
6.
De partijlengte van de speler die een dubbelpartij speelt wordt,
in die dubbelpartij, met een interval verhoogd.
7. Het is mogelijk om op twee biljarts tegelijk te beginnen zodat men
niet te laat thuis is ,de bezoekers dienen dan te helpen met tellen
of schrijven.
L. Beproeven van het materiaal.
1. Elke deelnemer heeft het recht gedurende drie minuten, voor
aanvang van de betreffende partij, het speelmateriaal te beproeven.
M. Trekken voor de beginstoot.
1. Het trekken voor de beginstoot dient door beide spelers gelijktijdig
en rechtstreeks van de bovenband te geschieden, zodanig dat de
spelers met de hun toegewezen witte bal die band eenmaal raken.
2. De speler, wiens bal het dichtste bij de benedenband tot stilstand
komt, mag bepalen of hij of de andere speler als eerste de eerste
beurt zal gebruiken.(bepalen aan wie de beginstoot wordt toegekend)
N. Toewijzing van de speelballen.
1. De speler aan wie de beginstoot wordt toegekend speelt met de ongemerkte of witte bal.
O. Beginpositie .
1. Voor de eerste afstoot plaatst de arbiter de ballen in de
beginpositie als volgt:
a. de rode bal op het bovenacquit;
b. de speelbal (naar keuze van de speler) op het linker- of rechter-acquit, naast het beneden acquit.
c. de andere witte bal op het benedenacquit.
2. In de beginpositie moet direct vanaf de rode bal worden gespeeld.
3. Moeten in de verloop van de partij of bij het einde van de partij
voor het kunnen gebruiken van de gelijkmakende beurt, de ballen
opnieuw in de beginpositie worden geplaatst, dan dient eveneens
bovenstaande worden toegepast.
P. Einde van de partij.
1. Heeft de arbiter voor een van de spelers de laatste te maken
carambole van het voor hem vastgestelde aantal geteld,dan is die
speler winnaar van de partij, ook al blijkt daarna dat door een
fout in de tellijst die speler in totaal te weinig caramboles
heeft gemaakt,en met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en 3.
2. Heeft de in lid 1 bedoelde speler een beurt meer gebruikt dan de
andere speler, dan heeft die andere speler nog recht op de gelijkmakende beurt.
Daartoe plaatst de arbiter de ballen in de beginpositie.
3. Behaalt de in lid 2 bedoelde andere speler in de gelijkmakende
beurt eveneens het voor hem vastgestelde aantal caramboles,
dan is de partij gelijk geëindigd.
Q. Wedstrijdformulier.
1. Het wedstrijdformulier dient eenduidig en volledig te worden
ingevuld. t.w. datum,speelronde,team,teamnummer en de wedstrijdgegevens
R. Carambole.
1. Onder een carambole wordt verstaan het met de speelbal raken van
beide andere ballen, nadat deze speelbal in beweging is gebracht
door een met de pomerans eenmaal toegebrachte stoot.
2. Alleen de arbiter beslist of een carambole geldig is.
Elke geldig getelde carambole telt voor één.
T. Vastliggende ballen; uitspringende ballen.
1. Een bal ligt vast als de arbiter heeft geconstateerd dat deze
een andere bal raakt. De speler heeft de keuze hoe er verder wordt
gespeeld.
2. Een bal is uitgesprongen als deze buiten de omlijsting komt of de
arbiter heeft geconstateerd dat deze de omlijsting heeft geraakt.
In deze situatie worden de ballen in de beginpositie geplaatst.
Indien een speler met de verkeerde bal wil gaan spelen, mag er voor
gewaarschuwd worden door de arbiter of teller. Ook de tegenspeler mag
mag de speler hierop attent maken
3. In principe speelt men met minimaal een voet aan de grond,doch de
arbiter dient zich hierbij soepel op te stellen.
4. Het is toegestaan,in het bijzonder voor ouderen en invalide mensen
bij een moeilijk te bereiken speelbal, eventueel beide voeten van de grond te
hebben, ook hierbij dient de arbiter zich soepel
op te stellen.
Wedstrijdleiding Regio Peter Fleer
Goor november 2007
Hiermede vervallen reeds verstrekte reglementen september 2006
|